Hoeveel potentiële opvolgers heeft u? Even rekenen.

Hoeveel potentiële opvolgers heeft u? Even rekenen.

Niet iedereen is geschikt voor een bestuursfunctie. Het aantal in theorie geschikte mensen is te berekenen. Daaruit is weer af te leiden hoe lang u in het bestuur zit: 1 jaar of 12 jaar of iets daartussenin.

Een veelgehoorde klacht bij verenigingen is dat het zo moeilijk is om bestuursleden te vinden. Bestuursleden geven (gezamenlijk) leiding aan de organisatie. Ongeveer één op de twintig mensen heeft het in zich om op enig niveau leiding te geven: aan een voetbalteam of aan een orkest of aan een vereniging.

Een op de twintig?

Ja, 1 op de 20. Dit percentage ontleen ik aan de militaire praktijk. In de tijd van de militaire dienstplicht werden elke twee maanden duizenden jongemannen opgeroepen - dit heette een lichting. Deze lichtingen vormden een goede afspiegeling van de samenleving.

Iedere dienstplichtige kreeg een basisopleiding. Een deel (ongeveer 10% van een lichting) kreeg daarna een opleiding tot onderofficier en een kleiner deel (5%) tot reserve-officier. Deze percentages waren per lichting steeds hetzelfde.

Nu maak ik een stap van de militaire omgeving naar die van een gewone, burgerlijke, niet-militaire, vereniging.

Ik beweer dat er niet zo'n groot verschil is tussen de rollen van bestuurslid en die van (reserve-) officier. En ik beweer dat de leden van veel vereniging samen een redelijke afspiegeling van de samenleving vormen.

Als in de militaire wereld ongeveer 5% van van de mensen geschikt was voor een officiers-functie, zou dan in een vereniging niet ook zo'n 5% van de leden in principe een bestuursfunctie aan moeten kunnen?

Met deze 5% zult u het moeten doen. Klagen helpt niet; zo zit de wereld in elkaar. Deal with it.

U vraagt u misschien af: "En die 10% onderofficieren dan?" Nou, in een vereniging zouden deze 10% van de leden de mensen zijn die met succes onder-aanvoerder, scheidsrechter, commissielid of gespecialiseerd bestuurslid (penningmeester, webmaster, 2e secretaris, ...) zouden kunnen zijn.

Wat betekent dit nu voor uw vereniging?

Stel dat uw vereniging 100 leden telt. Dan telt uw vereniging 5 mensen die in principe in geschikt zouden zijn voor een bestuursfunctie. Telt uw bestuur 5 mensen, waarvan twee niet worden aangesproken op hun leidinggevend vermogen maar op hun specialistische kennis dan heeft u 3 "echte" bestuurders in uw bestuur nodig. Bij ongeveer 5 in uw vereniging heeft u voor commissies of als opvolger nog maar 2 achter de hand. Dat is niet veel want niet ieder die kán leiden is beschikbaar.

Het plaatje boven deze blog-post toont deze situatie: de smileys stellen 100 leden voor, de gele zijn de 5 (5%) met voldoende leiderscapaciteiten, de 10 (10%) rode stellen mensen voor die waarschijnlijk een ondersteunende rol of functie aan zouden kunnen. De vijf leden binnen de cirkel vormen het bestuur.

In bepaalde studentenverenigingen is het aantal mensen met leidinggevende capaciteiten hoger - stel 10%. Bij een ledental van 100 zou de vereniging gemiddeld beschikken over 10 potentiële bestuursleden. Dit biedt de leden voldoende keus om een bestuur te benoemen en er is daarmee ook voldoende capaciteit om commissies te vormen.

Wat is het effect van verloop onder de leden?

Is het verloop in uw vereniging 10% per jaar, dus 10 leden per jaar, dan wandelt er om het jaar iemand met leiderscapaciteiten de vereniging binnen - maar verlaat er ook elke twee jaar een de club. (Alles om en nabij: mensen met het kaliber van Napoleon zijn zeldzaam.)

Uw bestuur zou, om geen te groot beslag te leggen op de beschikbare leiders, eenzelfde verloop moeten hebben: 1 leider per 2 jaar. Aannemend dat er 3 leiders in uw bestuur zitten, zijn ze na de 6 jaar allen vervangen. De zittingsduur van de bestuursleden zou, zo berekend, gemiddeld 6 jaar zijn.

Maar pas op: is het ledenverloop geen 10% per jaar maar 5% dan komt u uit op een gemiddelde zittingsduur van 12 jaar! (Bij 100 leden.)

Heeft uw vereniging vrijwel geen verloop, dan blijven de bestuursleden heel lang in functie. In zo'n geval zou het bestuur zijn best moeten doen om mensen klaar te stomen voor een functie in het bestuur. Besturen is voor een deel leiding geven, maar voor een groot deel is het een vak dat valt te leren.

Bij studentenverenigingen is het verloop in het ledental veel groter: 20 % of meer per jaar. Het aantal leiderskandidaten dat ieder jaar instroomt, is bij een ledental van 100: 10% van 20% van 100 = 2. (Bij 10% potentiële leiders.) Pas wanneer een bestuur meer dan 8 leden telt zullen een of meer bestuursleden langer dan één jaar moeten aanblijven. In studentenverenigingen is het dan ook vrij zeldzaam dat iemand twee jaren achtereen bestuurslid is.

Conclusies

1. (De open deur.) Hoe groter de vereniging, hoe meer leden geschikt zouden moeten zijn voor een bestuursfunctie.

2. Hoe meer potentiële bestuursleden, hoe korter de gemiddelde zittingsduur - en andersom.

3. Hoe groter het verloop onder de leden, hoe korter de gemiddelde zittingsduur van bestuursleden - en andersom.

Slotopmerkingen

Bij grote verenigingen is geen schaarste meer aan leden die in principe geschikt zijn voor een bestuursfunctie. Bij 1000 leden zit u al rond de 50 - ruim voldoende om een bestuur mee te vormen. Hier wordt het de uitdaging, zoveel mogelijk van hen de kans te geven op een functie in het bestuur. Daartoe komen maatregelen in aanmerking als een rooster van aftreden, maximale zittingsduur en beperkte herbenoembaarheid.

In een grote vereniging met weinig verloop zie je ook dat bepaalde mensen na korte of langere tijd in het bestuur terugkeren: "the usual suspects". Als ze niet in het bestuur zitten cirkelen ze eromheen.

Het bovenstaande verhaal gaat uit van gemiddelden. Incidenteel loopt iemand van het kaliber van Napoleon uw vereniging binnen, maar de leiderschapscapaciteiten van de meeste leden liggen veel lager, en in sommige jaren kunt u het gewoon slecht treffen.

Zie het bovenstaande als een aansporing om een begin van een personeelsbeleid op te zetten:

  • neem nota van de belangstelling die leden tonen voor vormen van leiding geven, en
  • doe bewust aan kadervorming door mensen uit te nodigen om voor korte perioden een min of meer leidinggevende rol op zich te nemen.

.

Beleefd aanbevelend

Mocht u niet meteen weten hoe u dit aanpakt, neemt u dan eens (vrijblijvend en gratis) contact op via mijn vraagbaak (https://www.karelvanzanten.nl/content/2-vraagbaak). Heel eenvoudig: stuur een e-mail naar vraagbaak@karelvanzanten.nl. U kunt ook bellen: 0547-273949. Ik help u graag.

.

Comments (1)

    • Ad JKT Walraven
    • 2017-12-21 17:51:16
    Goede informatie. Maar wat als de penningmeester om medische redenen het bestuur verlaat en er is geen opvolger. De bank gaat dan moeilijk doen? -------------- In zo'n geval benoemt het bestuur een van de overblijvende bestuursleden tot penningmeester'). Nadat hij als zodanig staat geregistreerd bij de Kamer van koophandel is hij bevoegd en doet de bank niet moeilijk. Maak van de gelegenheid gebruik om nog twee andere bestuursleden tekenbevoegd te maken en regel met de bank dat elke betaling door twee bestuursleden moet worden gefiatteerd. Zie de blogpost "Veni, vidi, foetsie" van 7 februari 2017 ____________ ') Tenzij de bestuursleden in functie worden benoemd. Dan benoemt het bestuur een van de overgebleven bestuursleden tot penningmeester a.i. en roept het zo snel mogelijk de algemene vergadering bijeen om indien mogelijk een opvolger te benoemen, of anders de benoeming a.i. definitief te maken.

Deze site gebruikt cookies om webshopdiensten en uw gebruikerservaring te verbeteren.

Zie meer: Privacy (Klik op button > Accepteer om dit scherm niet meer te laten verschijnen)