Nieuwe wet: meer duidelijkheid en meer mogelijkheden

Inhoud

  • Er is een nieuwe wet
  • Meer mogelijkheden, meer duidelijkheid
  • Geruststelling
  • Wat is er nieuw of anders?
    • Huidige situatie
    • Details
    • Het hoofdbestanddeel
    • Samengevat
    • Overgangsbepalingen
    • Tenslotte

Er is een nieuwe wet

Ik wil het hebben over de gevolgen voor uw organisatie van de net aangenomen Wet bestuur en toezicht rechtspersonen (WBTR). Deze wet raakt vooral stichtingen en verenigingen. Hij wordt de komende tijd stukje bij beetje van kracht.

.

Straks kan er meer en is er meer duidelijkheid

bij het bestuur van een stichting of vereniging, en het toezicht daarop

.

Geruststelling

U hoeft niets te doen - u kunt de mogelijkheden van de wet benutten. Daar moet u dan wel de statuten van uw organisatie voor aanpassen. In sommige gevallen gaan de nieuwe regels statutaire bepalingen overrulen.
.

Wat is er nieuw of anders?

Met een wet die op 20 november 2020 is goedgekeurd in de Eerste kamer worden allerlei artikelen in het Burgerlijk wetboek uitgebreid, gewijzigd of toegevoegd. De met deze wet aangebrachte wijzigingen beogen vooral duidelijkheid te scheppen in hoe het toezicht op het bestuur van uw organisatie is geregeld.

.

Huidige situatie

Bij de meeste verenigingen is de kascommissie het enige orgaan dat het bestuur controleert - en dan alleen nog op het financiële aspect. Bij stichtingen komt soms een "raad van toezicht" voor en verenigingen kunnen een "raad van commissarissen" hebben. De bevoegdheden van deze organen worden in de statuten geregeld, en hoe hun leden worden benoemd, ook.

De beoogde wetswijziging trekt hierin wat lijnen. Verder worden nog wat details geregeld.

.

Eerst de details

(alleen voor verenigingen)

  • Het komt voor dat de algemene vergadering bestuursleden benoemt uit een "bindende voordracht" (art. 37 lid 4, BW2)'). Idealiter kan de algemene vergadering dan nog wel kiezen uit verschillende voorgedragen personen. Als de voordrager besluit slechts één persoon bindend te kandideren dan is deze persoon (automatisch) benoemd tot bestuurslid. De algemene vergadering kan hem nog wel ontslaan; hij wordt niet beschouwd als iemand die door "andere personen dan de leden" is benoemd (art. 37 lid 3, BW2).
  • Niet-leden kunnen, als de statuten dat toestaan, tot bestuurslid worden benoemd. (Art. 37 lid 1, BW2) Zij hebben in de algemene vergadering echter geen stem want alleen de leden hebben daar een stem. (Art. 38 lid 1, BW2) Maar bestuursleden-niet-lid hebben straks een raadgevende stem. (Art. 44 lid 8, WBTR) Idem voor toezichthouders-niet lid. (Art. 47 lid 9, WBTR)


.

(voor verenigingen en stichtingen)

  • Het kan zijn dat een persoon of functionaris in een orgaan een zwaardere stem heeft dan de anderen. Dit is nu aan banden gelegd. Hem kan een aantal stemmen worden toegekend (zeg: 10). Maar vervolgens mag hij niet meer stemmen uitbrengen dan de andere bestuurders tezamen (dus als er in een bestuursvergadering twee andere bestuursleden zijn mag hij slechts 2 stemmen uitbrengen). Hij kan dus niet meer in zijn eentje een besluit doordrukken") - hij heeft de steun van tenminste één ander bestuurslid nodig. (Art. 44 lid 4, ref. WBTR)
  • Het kan gebeuren dat bestuursleden aftreden, emigreren of overlijden (ontstentenis) of dat zij (langdurig) niet mee kunnen besturen (belet). De statuten dienen tenminste aan te geven hoe de organisatie zolang wordt bestuurd als álle bestuursleden weg of verhinderd zijn. Ze kunnen, maar hoeven niet, aan (te) geven wat er gebeurt als er een of meer bestuursleden weg of verhinderd zijn. (Hetzelfde voor toezichthouders - zie hieronder.) (Art. 44 lid 5, ref. WBTR)
  • De bestuurders (en toezichthouders) richten zich naar het belang van hun stichting of vereniging.(Art. 44 lid 3) Heeft een bestuurder op een of andere wijze een belang dat botst met dat van de organisatie, dan "neemt hij niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming": hij verlaat zolang de kamer. Kan daardoor geen besluit genomen worden dan beslist de raad van commissarissen en als die er niet is, de algemene vergadering. (Art. 44 lid 6, ref. WBTR)
  • Een niet onbelangrijk detail is dat bestuurders (en toezichthouders) betaald mogen worden voor hun werk. (Art. 44 lid 7, ref. WBTR)


.

Dan het hoofdbestanddeel van deze wet: het regelen van het toezicht op het bestuur.

Binnen de huidige wet is het al mogelijk om een vorm van toezicht op het bestuur te regelen. Dat moet helemaal in de statuten plaatsvinden. Daarbij leunt men zwaar op artikel 9 over taakverdeling, verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid. Elke organisatie doet dat op zijn eigen manier. De nieuwe wet laat deze constructies grotendeels ongemoeid. (Zie verderop.)

De wet beschrijft twee bestuursmodellen:

  1. monistisch (mono = 1) - Nieuw. (Art. 44a, ref. WBTR) De belangrijkste punten op een rij:
    1. er is één bestuur;
    2. sommige bestuursleden zijn uitvoerende bestuursleden, de overige zijn toezichthoudende bestuursleden
    3. de niet-uitvoerende bestuursleden zijn natuurlijke personen (de uitvoerende bestuursleden kunnen vertegenwoordigers van een rechtspersoon zijn)
    4. het bestuur vergadert gezamenlijk: toezichthouders en uitvoerenden bij elkaar
    5. een niet-uitvoerend bestuurslid is voorzitter
    6. een of meer bestuurders kunnen besluiten nemen als dit in de statuten staat of de statuten deze mogelijkheid bieden - dan moet het wel op papier geregeld zijn. De uitvoerende bestuurders hoeven in dit geval niet te wachten op een besluit in een bestuursvergadering
    7. alleen de niet-uitvoerende bestuursleden kunnen bestuursleden voordragen
    8. de niet-uitvoerende bestuursleden bepalen de bezoldiging van de uitvoerende bestuursleden
    9. het (gehele) bestuur kan uitvoerende bestuursleden schorsen (niet ontslaan - dat kan alleen de algemene vergadering
  2. dualistisch (du = 2) - Dit kon al in de statuten geregeld worden. (Art. 47 en 47a, ref. WBTR) De belangrijkste punten op een rij:
    1. er zijn twee organen: het bestuur en een apart toezichthoudend orgaan: de Raad van commissarissen (RVC) (of Raad van toezicht)
    2. de RVC bestaat uit natuurlijke personen
    3. het bestuur bestuurt, de RVC ziet toe op het beleid en het handelen van het bestuur en "staat het bestuur met raad terzijde"; de statuten kunnen aanvullende bepalingen bevatten
    4. de RVC kan bestuursleden schorsen; de algemene vergadering kan de schorsing opheffen (of het geschorste bestuurslid ontslaan)
    5. het bestuur zorgt dat de RVC zijn werk kan doen door de RVC actief en tijdig te informeren
    6. het bestuur informeert de RVC tenminste eens per jaar over "de hoofdlijnen van het strategisch beleid", risico's en "beheers- en controlesystemen" (typisch iets voor grote organisaties).


.

Samengevat

De memorie van antwoord*) van de minister op vragen uit de 1e Kamer omschrijft de wet als volgt:

(i) Het wetsvoorstel geeft regels voor een raad van commissarissen en voor een monistisch bestuur bij verenigingen en stichtingen, mede over de taakverantwoordelijkheid en aansprakelijkheidsrisico’s
(ii) Het wetsvoorstel regelt dat bestuurders en commissarissen van verenigingen en stichtingen met een tegenstrijdig belang niet mogen deelnemen aan de besluitvorming
(iii) Het wetsvoorstel geeft regels voor aansprakelijkheid van bestuurders en commissarissen van verenigingen en stichtingen in geval van faillissement wegens onbehoorlijke taakvervulling
(iv) De rechter krijgt meer beoordelingsvrijheid om een bestuurder of commissaris van een stichting te ontslaan als het OM of een belanghebbende daar om verzoekt
(v) Het wetsvoorstel geeft regels over het meervoudig stemrecht en ontstentenis en belet voor bestuurders en commissarissen van verenigingen en stichtingen.
.

Overgangsbepalingen

Er zijn drie situaties waarin na inwerkingtreden van de wet stappen van de algemene vergadering van een vereniging nodig kunnen zijn:

    1. bij een belangenconflict tussen een bestuurder en de vereniging: in een lopend conflict kan de algemene vergadering de wijze waarop de vereniging in dit conflict is vertegenwoordigd, bevestigen (Art. XV lid 2, WBTR); voor komende dergelijke conflicten gelden eventuele statutaire artikelen niet meer maar geldt de WBTR (Art. XV lid 3, WBTR).
    2. wanneer de stichting of vereniging een Raad van commissarissen (of van toezicht) heeft dienen de statuten bij de eerste statutenwijziging in overeenstemming met de WBTR te worden gebracht. (Art. XV lid 4, WBTR)
    3. wanneer in een bestuur iemand meer stemmen kan uitbrengen dan de anderen tezamen, vervalt dit recht bij de eerste statutenwijziging of als dit eerder is, na vijf jaar. (Art. XV lid 5, WBTR)
    .

Tenslotte

De bedoeling van de wet is vooral, duidelijkheid te brengen. Het is niet de bedoeling om de 160.000 geregistreerde verenigingen en 180.000 stichtingen te dwingen hun statuten aan te passen.

Heeft uw organisatie nu in de statuten een regeling getroffen voor hoe op het handelen van het bestuur wordt toegezien, kijkt u dan eens naar de details van deze wet. U kunt hem hier vinden: https://www.eerstekamer.nl/behandeling/20200128/gewijzigd_voorstel_van_wet_3. Het heet een wetsvoorstel maar dit voorstel is ongewijzigd goedgekeurd door de 1e Kamer dus dit is de wet. Hij wordt in fasen ingevoerd.

Het huidige Boek 2 van het Burgerlijk wetboek (BW2) vindt u hier: https://wetten.overheid.nl/BWBR0003045.


') art. = artikel, wetsartikel; BW2 = Boek 2 Rechtspersonen van het Burgerlijk wetboek; ref. = de volledige tekst van een gewijzigd of nieuw BW2-artikel staat nu nog in de WBTR, zie aldaar; WBTR = Wet bestuur en toezicht rechtspersonen.
") In het Britse kabinet is dit een keer voorgekomen: "16 tegen, 1 voor. Aangenomen." Bron: Harold Wilson, The governance of Britain.
*) bron: Memorie van antwoord, https://www.eerstekamer.nl/behandeling/20201028/memorie_van_antwoord/document3/f=/vldalyan28ni_opgemaakt.pdf

Deze site gebruikt cookies om webshopdiensten en uw gebruikerservaring te verbeteren.

Zie meer: Privacy (Klik op button > Accepteer om dit scherm niet meer te laten verschijnen)