Statutenwijziging vereist - maar niet meteen

Statutenwijziging vereist - maar niet meteen

Nieuwe wet - u moet iets regelen


Inhoud
Nieuwe wet: de WBTR
Statuten aanpassen
Ontstentenis en belet
. Ontstentenis? Belet?
. Suggesties voor verenigingen
. Suggesties voor stichtingen
En als u nog even niets regelt?
Meer
Wetten op Internet
.

Nieuwe wet: de WBTR

De Wet bestuur en toezicht rechtspersonen (WBTR) biedt mogelijkheden om het toezicht op het bestuur te regelen. Deze wet is gemaakt nadat er bij grote zorg- en onderwijsstichtingen (Meavita) grove fouten zijn gemaakt door bestuurders en toezichthouders. Met name is de aansprakelijkheid van bestuursleden en toezichthouders bij faillissement van hun organisatie gelijkgetrokken met hoe het in het bedrijfsleven gaat. Maar de wet regelt nog wat zaken.
Het was niet de bedoeling van de minister dat naar aanleiding van deze wet alle ruim 300.000 stichtingen en verenigingen meteen hun statuten moeten aanpassen. U kunt van de nieuwe regels gebruik maken, maar dit hoeft niet. Zie mijn blogpost van december 2020: https://www.karelvanzanten.nl/blog/stichtingen-en-verenigingen/nieuwe-wet-meer-duidelijkheid-en-meer-mogelijkheden.
.

Statuten aanpassen

In de wet staat echter één ding dat u op termijn wel moet regelen. Als u toch al van plan bent om de statuten van uw stichting of vereniging aan te passen, neem dit dan meteen even mee. De WBTR zegt daarover:
De rechtspersoon brengt bij de eerstvolgende statutenwijziging na inwerkingtreding van deze wet de statuten in overeenstemming met artikel 44 leden 4 en 5, artikel 47 leden 4 en 5, artikel 291 leden 4 en 5 en artikel 292a leden 4 en 5 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
Bron: art. XV lid 4, WBTR (https://www.eerstekamer.nl/behandeling/20200128/gewijzigd_voorstel_van_wet_3)
Er staat: bij de eerstvolgende statutenwijziging. Er wordt geen termijn genoemd, maar als u de statuten wijzigt, houdt u dan rekening met deze eis.

art. 44 leden 4 en 5 luiden:

  1. De statuten kunnen bepalen dat een met name of in functie aangeduide bestuurder meer dan één stem wordt toegekend. Een bestuurder kan niet meer stemmen uitbrengen dan de andere bestuurders tezamen.
     
  2. De statuten bevatten voorschriften omtrent de wijze waarop in de uitoefening van de taken en bevoegdheden voorlopig wordt voorzien in geval van ontstentenis of belet van alle bestuurders. De statuten kunnen deze voorschriften bevatten voor het geval van ontstentenis of belet van een of meer bestuurders. In de statuten kan nader worden bepaald wanneer sprake is van belet. Degene die bij ontstentenis of belet van bestuurders ingevolge een statutaire regeling is aangewezen tot het verrichten van bestuursdaden, wordt voor wat deze bestuursdaden betreft met een bestuurdergelijkgesteld.

art. 47 leden 4 en 5 luiden:

  1. De statuten kunnen bepalen dat een met name of in functie aangeduide commissaris meer dan één stem wordt toegekend. Een commissariskan niet meer stemmen uitbrengen dan de andere commissarissentezamen.
     
  2. De statuten bevatten voorschriften omtrent de wijze waarop in de uitoefening van de taken en bevoegdheden voorlopig wordt voorzien in geval van ontstentenis of belet van alle commissarissen. De statuten kunnen deze voorschriften bevatten voor het geval van ontstentenis of belet van een of meer commissarissen. In de statuten kan nader worden bepaald wanneer sprake is van belet. Degene die bij ontstentenis of belet van commissarissen ingevolge een statutaire regeling de taken van een commissaris vervult, wordt voor het vervullen van die taken met een commissaris gelijkgesteld.

U ziet dat de tekst bijna identiek is aan die van de leden 4 en 5 van artikel 44 - ik heb de verschillen onderstreept. In plaats van 'bestuurder(s)' staat er 'commissaris(sen)'. De artikelen 44 en 47 gelden voor verenigingen.
De leden 4 en 5 van artikel 291 en 292a gelden voor stichtingen; zij hebben dezelfde intentie als, en zijn bijna identiek geformuleerd aan, de hierboven weergegeven leden 4 en 5 van artikelen 44 en 47.
.
In de vorige blogpost ging ik in op lid 4 van deze artikelen, dus op het meervoudig stemrecht. Kent u in uw organisatie geen meervoudig stemrecht dan hoeft u op dit punt uw statuten niet aan te passen.
In deze blogpost ga ik in op wat u moet regelen rond 'ontstentenis en belet', dus lid 5 van de genoemde artikelen. Dit is het enige punt waarop elke stichting of vereniging haar statuten moet aanpassen.
.

Ontstentenis en belet

De statuten moeten een voorlopige regeling beschrijven voor hoe de organisatie wordt bestuurd in het geval van belet of ontstentenis van alle bestuursleden of commissarissen. Hierover gaat lid 5 van de artikelen 44, 47, 291 en 292a.
U hoeft statutair niets te regelen voor het geval dat er één bestuurslid of commissaris ontbreekt - het mag natuurlijk wel.
Ik besteed hieronder alleen aandacht aan wat u moet regelen: wat te doen als er helemaal geen bestuursleden of commissarissen (meer) zijn.
.

Ontstentenis? Belet?

Ontstentenis is het ontbreken van functionarissen. Ontstentenis van een bestuurslid of commissaris is gemakkelijk vast te stellen: hij is afgetreden, ontslagen of overleden. Zijn inschrijving in het handelsregister wordt zo snel mogelijk doorgehaald.
.
Bijvoorbeeld: Een klein bestuur waarvan de meeste bestuursleden zijn afgetreden. Het bestuur is onderbemand maar de organisatie wordt nog wel bestuurd.
Het laatst overgebleven bestuurslid overlijdt. Er is sprake van ontstentenis van alle bestuursleden. Nu is het aan anderen om de organisatie te besturen en te zorgen dat er een nieuw bestuur komt.
.
Belet
 is het niet aanwezig zijn op de vergadering van een gremium. Reden kan zijn: (langdurige) onbereikbaarheid, ziekte of schorsing.
Om discussies te voorkomen over wanneer er nou 'echt' sprake is van belet kunnen de statuten hier een omschrijving van geven, bijvoorbeeld: van belet is sprake wanneer een bestuurslid of commissaris aangeeft aan een of enkele vergaderingen niet deel te zullen nemen, of wanneer hij niet reageert op een convocatie, of wanneer hij niet verschijnt op een vergadering.
.
Bijvoorbeeld: Een bestuur van enkele leden die onafhankelijk van elkaar voor hun werk soms voor langere tijd naar het buitenland gaan. Dit bestuur vergadert op de eerste maandag van elke maand, uitzonderingen daargelaten.
Meestal zullen er wel enkelen van hen in Nederland zijn zodat zij aan een bestuursvergadering kunnen deelnemen. Maar het zal ooit gebeuren dat allen tegelijk in het buitenland zitten.
In dit geval is er sprake van belet van het gehele bestuur. Dit zien de bestuursleden aankomen en als het belet te lang gaat duren is dit reden om een tijdelijke bestuurder aan te wijzen. Het bestuur neemt in dit geval zelf de nodige maatregelen opdat de organisatie wel bestuurd wordt.
Wanneer het belet van het gehele bestuur plotseling ontstaat en het bestuur geen actie heeft kunnen ondernemen, dan dienen anderen actie te ondernemen. Meestal is voor deze anderen de aanleiding om actie te ondernemen dat het bestuur plotseling niet meer reageert op e-mails, brieven en dergelijke.
Let op: Een belette functionaris is nog steeds in functie, met alle verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid van dien.
.

Suggesties voor verenigingen

Bij een vereniging met een raad van commissarissen (RvC) ligt het voor de hand uit de raad van commissarissen iemand als tijdelijk bestuurder aan te wijzen. Andersom zou het bestuur een ledenvergadering bijeen kunnen roepen om nieuwe commissarissen te benoemen.
.
Is er geen raad van commissarissen maar heeft de vereniging een kascommissie, dan zou de kascommissie een van haar leden als tijdelijk bestuurder aan kunnen wijzen met de taak, een ledenvergadering bijeen te roepen om bestuursleden te benoemen. De kascommissie als RvC-light, dus.
.
Heeft uw vereniging veel commissies (mijn oude studievereniging heeft er dit studiejaar achtentwintig) dan zouden de voorzitters van de commissies uit hun midden een tijdelijk bestuurslid kunnen aanwijzen.
.
In plaats daarvan zou de algemene vergadering nog voor er sprake is van ontstentenis of belet van het hele bestuur, een lid kunnen aanwijzen dat in zo'n geval tijdelijk de vereniging bestuurt. Dit zou elk jaar op de jaarvergadering kunnen gebeuren; de benoeming zou kunnen gelden tot de volgende jaarvergadering. Het voordeel van deze constructie is dat de aangewezen persoon weet wat hem te wachten kan staan en bereid is deze rol op zich te nemen.
.
In alle gevallen (ook het laatste) geldt dat de tijdelijke bestuurder niet door de algemene vergadering is benoemd.
.

Suggesties voor stichtingen

Heeft een stichting zowel een bestuur als een raad van toezicht (RvT) dan kan wanneer het ene orgaan niet funtioneert, het andere orgaan maatregelen nemen om het te herstellen.
.
Heeft een stichting geen RvT en het bestuur functioneert niet wegens belet of ontstentenis of beide, dan kan een beroep gedaan worden op de belangrijkste groepen betrokkenen: donateurs en subsidiegevers, personeel en vrijwilligers, en degenen voor wie de stichting zich inspant.
.
U kunt dan denken aan dat de grootste subsidiegever, de voorzitter van de ondernemingsraad, en de voorzitter van de cliëntenraad gezamenlijk een tijdelijke bestuurder benoemen. Er zijn eindeloos veel variaties op dit thema te maken. Welke u kiest is sterk afhankelijk van hoe de verhoudingen in uw stichting liggen.
Heeft de stichting een betaalde kracht in dienst dan is het aan hem om dit proces op te starten.
.

En als u nog even niets regelt?

Zolang u niets in uw statuten heeft geregeld bent u gehouden aan de wet (duh) en aan de bestaande statuten. Concreet betekent dit voor een vereniging:

  • het bestuur is onbemand en niemand bestuurt de vereniging - dit kan zo niet voortduren
  • een aantal leden "vraagt het bestuur" formeel om een ledenvergadering bijeen te roepen - er zijn geen bestuursleden dus het bestuur doet dit niet
  • deze leden roepen na de termijn waarbinnen het bestuur had moeten reageren (twee weken), zelf de ledenvergadering bijeen (art. 41, BW2)
  • de ledenvergadering benoemt nieuwe bestuursleden.

.

Meer

U ziet dat drie zinnen in een wetsartikel stof geven voor twee, drie pagina's in mijn blog.
.
Mocht u met een vraag zitten over of iets in uw vereniging of stichting wel kan of mag, legt u deze dan aan mij voor via mijn vraagbaak (vraagbaak@karelvanzanten.nl). Het kost u niets en ik reageer meestal nog dezelfde dag.
Mensen die u voorgingen voelden zich geholpen, te oordelen aan hun reacties.
.
Waarom ik het gratis doe? Zo hoor ik van kwesties die buiten mijn eigen kringetje spelen dus het verbreedt mijn kijk op de wereld. Bovendien stimuleert het me om me te verdiepen in wetsartikelen die ik anders nooit zou lezen en problemen waar ik anders nooit over zou nadenken, dus het verdiept mijn kennis.
.
Wilt u zich breder oriënteren dan beveel ik enkele boekjes aan die ik voor leden en bestuursleden heb geschreven.
Het oudste en breedste is Het besturen van stichtingen en verenigingen.
Special voor leden schreef ik het Ledenzakboekje en aansluitend de Checklist voor bestuursleden van verenigingen. Deze gaan over rechten (van leden) en plichten (van een bestuur jegens de leden). Naar aanleiding van de WBTR ga ik de Checklist aanpassen. (Dit is nog niet gebeurd.)
Tenslotte is er Succesvol vergaderen: Alles tijdig en zorgvuldig afhandelen. Dit gaat helemaal over het leiden van een vergadering.
.

Wetten op internet

U kunt de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen (WBTR) hier vinden:
https://www.eerstekamer.nl/behandeling/20200128/gewijzigd_voorstel_van_wet_3.
Het heet daar een wetsvoorstel maar dit voorstel is goedgekeurd door de 1e Kamer dus dit is de wet. Hij wordt op 1 juli 2021 van kracht.
Het huidige Boek 2 van het Burgerlijk wetboek (BW2) vindt u hier: https://wetten.overheid.nl/BWBR0003045

Deze site gebruikt cookies om webshopdiensten en uw gebruikerservaring te verbeteren.

Zie meer: Privacy (Klik op button > Accepteer om dit scherm niet meer te laten verschijnen)